Elsje | Page 8

A. C. Kuiper
op, met den trek van hoop nog steeds in hare oogen en zoo bleef ze zitten, tot haar kleindochtertje den psalm uitgelezen had en vroeg:
"Maar verder lezen, grootmoeder?"
"Neen, zoo is het genoeg kind," zei de oude vrouw zacht. Toen, nadat zij eens diep adem gehaald had: "Elsje, ik heb je wat te zeggen."
"Ja grootmoeder?"
"Ik heb je wat te zeggen, kind; iets, dat....dat je vreemd zult vinden. Wil je bedaard naar me luisteren?"
"Ja," fluisterde Elsje benauwd en met angstige verwondering haar grootmoeder aanziende. Wat kon er toch zijn? Waarom keek grootmoeder zoo heel ernstig? Het gaf haar een gevoel van beklemming.
"Het is nu al twaalf jaar geleden dat je moeder dood is, Elsje, en al dertien dat je vader stierf. Je moeder was mijn liefste dochter en je hebt heel, heel veel in haar verloren."
Elsje knikte ernstig. Ja, dat wist ze, dat had grootmoeder haar al heel dikwijls verteld.
"Over mijn andere dochter, je tante, heb ik nooit veel met je gesproken, maar je weet dat zij niets op je moeder gelijkt, uiterlijk niet en innerlijk ook niet. Toch is zij ook mijn dochter en zij meent het niet kwaad; zij meent het goed, ook al denkt zij anders over de dingen dan ik. Je weet, Elsje, dat je tante een mooi meisje was, toen ze jong was en ze zal nog wel mooi wezen....."
"Ik vind het portret niets lief," zei Elsje, geprikkeld door een onverklaarbaar gevoel van jaloerschheid op die tante, die "uiterlijk noch innerlijk" op hare eigene lieve moeder leek. Zij zou zich van dit gevoel geen rekenschap hebben kunnen geven, maar de woorden waren er uit, bijna voordat zij het zelf wist.
Hare grootmoeder zweeg, maar keek haar aan met iets verwijtends in de vriendelijke oogen. Een oogenblik was het heel stil in de kamer, haast even stil als daar buiten, waar de heldere winterzon de kale takken der boomen verlichtte en alles rondom in rust scheen, in ����n kalme, vredige rust. Een breede zonnestraal gleed tusschen de geplooide witte gordijntjes door langs de tafel op den Bijbel en deed de groote, zwarte letters glinsteren en de stofjes dwarrelen in het licht. En bij al die lieflijke rust klopte het onrustig in Elsje's hart en er kwam een donkerroode gloed over haar gezicht, toen haar grootmoeder het stilzwijgen verbrak en zei:
"Je hebt je tante nooit gezien, kind; naar een portret alleen mag iemand niet oordeelen. En buitendien is dit portret al drie jaar oud. Je tante gaf het mij, toen ze het laatst hier was en jij naar school waart, zoodat je haar ook toen niet gezien hebt, evenmin als den vorigen keer. En dat is jammer genoeg, want als je haar maar eens gezien hadt, zou er toch...."
Zij eindigde den zin niet, maar zweeg even. Toen hernam ze, op eenigszins vergoelijkenden toon:
"Het spreekt van zelf dat je tante anders is dan wij zijn en je bent oud genoeg om dat te begrijpen, Elsje. Ik heb je nooit heelemaal verteld, hoe alles met haar is gegaan, maar het voornaamste weet je toch. Je tante was een heel mooi meisje en toen ze volwassen was, had zij er geen plezier in, om hier op het dorp of in de buurt te blijven. Ze wou een betrekking zoeken als kinderjuffrouw en ze was er knap genoeg voor om dat te worden, dat moet ik zeggen. Ze kreeg haar zin en ze had het best. De menschen waren goed en vriendelijk voor haar en het beviel haar ook allemaal wel, tot er een rijk heer kwam, die zin in haar kreeg en met haar trouwen wou. Dat trok haar nog veel meer aan dan kinderjuffrouw zijn en ze is toen met dien rijken heer getrouwd en heeft drie jaren lang een gelukkig leven met hem gehad. Dat zij haar oude moeder bij al haar pracht en weelde wel eens een beetje vergat, och, dat is licht te begrijpen...."
Elsje had tot zoover geduldig geluisterd naar het verhaal, dat zij half kende, maar nu kon zij het toch niet langer uithouden.
"Dat vind ik juist zoo leelijk van tante," riep ze driftig uit, "dat zij net doet, alsof zij geen lieve, oude moeder meer heeft! Dat ze te trotsch is om u bij zich te laten komen, dat ze haar dochtertje nog maar eenmaal hier heeft gebracht en dat jaren geleden, dat ze net precies doet of ze altijd een schatrijke, deftige dame is geweest, dat ze u nooit eens heeft opgezocht met oom, toen die nog leefde en dat ze u alleen met uw verjaardag en met nieuwjaar geregeld schrijft!"
"Stil Elsje, je hebt het recht niet zoo te spreken en je doet me pijn, kind."
Elsje boog het hoofd en begon te schreien.
"Maar laten wij dan toch ook maar niet over tante spreken," snikte ze. "Ik heb haar nooit gezien, dat is waar, maar dat verlang
Continue reading on your phone by scaning this QR Code

 / 95
Tip: The current page has been bookmarked automatically. If you wish to continue reading later, just open the Dertz Homepage, and click on the 'continue reading' link at the bottom of the page.