die onbekend, tenzij dat hij zoo akelig verzot is op de
oudheid, dat hij vreemd is aan alles, wat in geschriften uit later tijd
dateert. In plaats van dit alles mogen hier genoemd worden die beide
zeer stralende lichten aan Groot-Britannia, BOYLE en NEWTON. Hen
erkennen zeker onze eeuwen als de meest scherpzinnige ingewijden in
de geheimen der Natuur. En zagen soms de voorbijgegane nog
scherpzinniger dan zij? deze echter nemen bij het ontdekken van den
aard der lichamen, bij het opsporen van de hun eigen krachten haast tot
niets anders hun toevlucht dan tot de Scheikunde. Nagenoeg elke
duurzame en schoone vondst betrekking hebbende op den aard van het
vuur, van hitte, licht en koude, al wat bekend is geworden over het
ware karakter van kleuren, smaken, geuren; omtrent de oorzaken der
aardbevingen, en van het vuur, dat zich op verschillende plaatsen onder
de aarde bevindt; omtrent het magnetisme van lichamen en hun
aantrekkingskracht, dit alles is men aan scheikundige proeven
verschuldigd.
De Scheikunde is dus bij uitstek geschikt om de Physica uit te breiden:
zij is met de proefondervindelijke Wijsbegeerte zóó nauw
saamgekoppeld, dat hij, die zijn geest niet gevormd heeft met haar
voorschriften, ongeschikt is de geheimen der Natuur te zien. Aan beide
betwist hij het recht aan de Akademie te worden onderwezen, die het
aan één betwist.
Maar ik verbeeld mij sommigen van u mij te hooren tegenwerpen.
"Zacht wat! Zegt ge dat die wetenschap zooveel lofwaardige werken
verricht en zooveel succes heeft in het ontdekken van de vermogens der
lichamen? Verzekert gij, dat die den geest toerust met de kennis van
verborgen waarheden? Een wetenschap, die tot walgens toe opgepropt
met oudewijvenpraatjes, fabeltjes en droomerijen, gevormd in verwarde
hersenen, haar beoefenaars daarmee geheel en al vervult; en die over
niets anders den mond vol heeft dan over geheime, nooit geziene
dingen, die dikwijls onmogelijk zijn, en, indien zij soms al ware dingen
laat zien, dan toch slechts in een dichten sluier gehuld; zoo zelfs, dat
zeer terecht een dichter gezongen heeft, dat elk vluchtig koeltje eerder
te vertrouwen is dan, wat de Scheikunde verzekert".
Dit wil ik, wat mij betreft, niet bestrijden noch ontkennen: vol van
dergelijke zaken zijn de boeken, vol de uitlatingen der Alchemisten,
van wie een groot deel gelijk aan dien slaaf[8] bij TERENTIUS, wat zij
waars hooren, uitstekend weten te verzwijgen en verborgen te houden;
maar als iets onwaar of leugenachtig is, maken zij het onmiddelijk
openbaar. Maar waarlijk is er wel iemand, die over deze zaak de
vierschaar spant, zóó onverstandig of zóó verdorven, dat hij de
wetenschap de dwalingen aanrekent, die de krankzinnige
bedriegersbende dier pseudoscheikundigen heeft verbreid? Omdat het
dezen schandelijk toeschijnt alleen gedwaald te hebben, lokken zij
daarom ook anderen tot zich door schoonschijnende sier van woorden
en wikkelen hen in dezelfde dwalingen en, daar zij het eerst door hun
eigen onwetendheid te gronde zijn gegaan, trekken zij hun volgelingen
met zich in een gemeenschappelijk verderf, waarbij zij tenminste dit
bereiken, dat onder den opgestapelden hoop, de een boven op den ander,
de oorzaak en bewerker van den eersten val bedekt wordt. Zij bezitten
voorwaar niets van de Scheikunde behalve den naam, dien zij zelfs ook
niet waardig zijn, daar zij slechts luisterend naar de begeerten van hun
zinnen of naar monsters van hypothesen in een waanzinnig brein
geboren, de ware regels der wetenschap noch weten noch zich er naar
richten.
[Note 8: TERENTIUS' Eunuchus I. 2. v. 23 en 24. (Vertaler.)]
De Scheikunde is er inderdaad zoo ver mogelijk van af geloof te
schenken aan ijdele bespiegelingen. De betrouwbaarheid der ooren
zelfs is voor haar gering; zij legt zich alleen neer bij het getuigenis der
oogen. Vandaar dat al degenen, die haar op de onvervalschte manier
beoefenen, eerst op de afzonderlijke lichamen volgens het voorschrift
der wetenschap verschillende proeven nemen met de hoogste
nauwkeurigheid en de meest zorgvuldige waarneming van alle
verschijnselen, hierbij de natuur als leidsvrouw volgend; vervolgens
teekenen zij telkens de waarneembare uitkomsten eerlijk op en eerst
nadat zij daarin een volkomen helder inzicht hebben gekregen en ze
met elkaar vergeleken hebben, maken zij daaruit met wiskundige
strengheid die gevolgtrekkingen, die er in duidelijke en onafgebroken
volgorde uit kunnen worden afgeleid. En dit eerst is het, niets anders,
wat de ware beoefenaars der Scheikunde als waarheden en
leerstellingen erkennen. In waarheid wat is zekerheid, indien dat het
niet is?
Daar dit zoo is, meen ik, dat er niemand meer van ulieden zal gevonden
worden, die hardnekkig blijft ontkennen, dat door een verstandige
beoefening der Scheikunde het begrip van den menschelijken geest
verbazend wordt vermeerderd. Er blijft nog over, dat wij in 't kort de
voordeelen uiteenzetten, die zij het lichaam aanbiedt, daar zij, ten
nauwste verbonden aan de Geneeskunde, die daarvoor zorgdraagt, deze
een buitengewoon nuttige en tevens zeer noodige hulp betoont, die aan
niets anders kan

Continue reading on your phone by scaning this QR Code
Tip: The current page has been bookmarked automatically. If you wish to continue reading later, just open the
Dertz Homepage, and click on the 'continue reading' link at the bottom of the page.