die alleen geschapen waren, om de eyeren als dese Kikvorschen in 't
water groente mogt ontbreeken, om de zelve daar aan te hegten, dat die dan door behulp
van de lugtbellen, op de superfitie van het water soude konnen drijven, om de warmte
van de lugt te hebben, ende daar door als uitgebroeid te werden.
Ik heb dese jonge Worken, of Kikvorschen, jong zijnde, verscheyden malen geobserveert,
en om dat ik wist dat de Heer Doctor Swammerdam daar van geschreven hadde, zyn
Observatien nagezien, die in zyn uitlegginge pag. 35, onder andere dus spreekt.
Het tweede getal verbeeld de manier op welke het Vorschen-jong, het genoemde teer en
dunne vlies, waar in het op de wijse der bloedeloose dierkens, in de vierde ordre
voorgesteld, verborgen is; komt af te stroopen. Soo dat het selve midden in zyn verwydert,
ende in het ingedronge water, uytgedyde voedsel, als een swart en dik-hoofdig Wurmken
sig vertoont. Dan 't geen gemenelyk voor het hooft genomen werd, is het geheele lighaam
te samen, als den onvergelykelyken Harveus seer wel aanteekent.
Dat nu Harveus of Swammerdam aan de jonge Kikvorsen soo als hy van het ey tot een
worm is geworden, geen hooft en heeft gezien, sal apparent zyn, om dat zy deselvige niet
door het vergrootglas geobserveert hebben.
Fig. 1 werd het ey van een Kikvors of work vertoont, soo als het in zyn omleggende tay
en slijmerige vogt leyt, en wanneer het soo verre toegenomen is, dat het zig beweegt, soo
is de staart van het Dierken noch in de vocht wat krom gebogen.
Fig. 2 vertoont de grootte van het Dierken, soo als het zyn volkome grootte uit het ey
heeft ontfangen, ende soo verre gekomen was, dat het selvige door het water konde
swemmen, het welke by my daar uytgenomen zijnde; op een glas was geleyd, ende also
was gestorven, ende gedroogt.
Fig. 3 A B C D E F. vertoont het zelvige Dierke, soo het den Teykenaar door het
Vergroot-glas heeft gesien, aan het welke men hier distinct het hoofd van het verdere
lichamen kan onderscheiden, als hier met A B F. werd aangewesen.
F E. is de buik van het Dierken, die geelachtig is, gelijk ik hier vooren geseid hebbe, dat
yder ey een geelagtig stipje behoud, welk stipje de buik van het Dierken werd. Doch dese
buik en is soo niet geteikent, als die sig quam te vertoonen, want die was soo geborsten
en van een gescheurd, dat die niet dan uit groote globulen en scheen te bestaan.
Met C D E. werd aangewesen de staart van het Dierken, Waar in men seer naakt de graat
konde bekennen, die hier ook soo verre is afgeteikent als den Teikenaar die konde zien,
en schoon ik veel maal de staart van dese Dierkens, daar de graat haar in vertoonde van
malkanderen separeerde, soo konde ik egter aldaar dan geen andere deelen bekennen dan
globulen.
Dese Dierkens of Vorschen-wormen, maken een seer starke beweginge met haar staart,
als sy voortswemmen, en soo ras als de beweginge van haar staart komt op te houden, soo
sinken sy schielijk na de grond, waar uyt dan blijkt, dat sy veel stof-swaarder zijn, dan
het water selfs is. Doch dese Dierkens is wederom ingeschapen, dat sy haar met haar
hoofd (noch klein zynde) aan een glas konnen vast hechten, soo dat sy aan alle dingen die
in 't water zyn, konnen vast blijven, en alsoo rusten, sonder dat hare lichamen op de
grond komen te leggen.
Vorders heb ik een Kikvorsch-worm, soo als die in 't water leefde, en sich aan het glas
hadde vast gehegt, voor het vergrootglas gestelt, ende deselvige alsoo den Teykenaar in
de hand gegeven, om af te teikenen het gene hy quam te zien.
Fig. 4. G H I K L M N O P Q R S. vertoont de Kikvors-worm, soo als hy levent in 't
water aan het glas sig hadde vast gehegt, en met de buik na het gesigt toe geplaatst was,
en welke Worm maar eenige uren daar te vooren uyt sijn slym, daar in hy hadde gelegen,
was uyt geswommen.
Met L M N O P. werd aangewesen het hooft. Ende met H I R S. werd aangewesen, de
buik; ende met G H S. de staart. Bovenop het hooft van dit Dierken vertoont sig een
gedeelte van de huyt, die haar dikte boven de andere huyt is uytstekende, soo dat ik hier
gedagten hadde of dit niet een gedeelte van de huyt was, waar mede het gantsche
Lighaam van het Dierke op nieuw soude bekleet werden, als hier met M N O. werd
aangewesen.
Met T. werd aangewesen de mont, die ik niet en hebbe konnen sien, dat het Dierke, dus
jonge sijnde, beweegde. V V. sijn twee bruyne plekken op het hoofd van het Dierke

Continue reading on your phone by scaning this QR Code
Tip: The current page has been bookmarked automatically. If you wish to continue reading later, just open the
Dertz Homepage, and click on the 'continue reading' link at the bottom of the page.